"Het behoorde eerst mijn moeder toe, jouw grootmoeder, die het op haar beurt weer kreeg van haar eigen moeder," legt mijn tante uit. "Ik geef het aan jou, om de traditie verder te zetten."
Het was alsof de herinneringen uit mijn kindertijd waren gecatalogiseerd, genummerd en bewaard in een Antwerps museumdepot. Ik voelde het aan alsof de objecten mij hadden gekozen om hun verteller te zijn, en niet andersom.
Zestien Antwerpenaren snuisterden in de MAS-collectie, op zoek naar hun persoonlijke topstuk. In Blikvangers toonden ze hun keuze. En waarom kozen ze net dát topstuk?
De Vuist greep me aan door zijn historische en spirituele waarde. Het werk symboliseert ook de tenaciteit van het Congolese volk en de eenheid tussen onze voorouders en onszelf.
In 1884 bestelde de stad een laatste handbediende kraan. Oorspronkelijk was deze verrijdbaar op sporen, en bedoeld om schroeven en schroefassen te manipuleren bij de stadsdroogdokken. Na een restauratie staat ze sinds 2011 als monument naast het MAS.
Tientallen jaren lang draaiden de Antwerpse haveninstallaties op perswater. Grote pershuizen met stoommachines voorzagen de waterdruk. Van dit type stonden er twintig kranen langs de Scheldekaai. Ze waren ontworpen om grote stoomschepen te lossen. Hun uitzicht leverde de bijnaam “kemel” op.
Meer dan 300 “waterkraantjes” heeft de stad doorheen de jaren aangekocht. Er kwam geen elektriciteit aan te pas: deze kranen werden gevoed door een ondergronds netwerk van perswater. Hoewel ze niet meer dan 2 ton konden hijsen bleven deze kranen tot 1974 in gebruik.