Tientallen jaren lang draaiden de Antwerpse haveninstallaties op perswater. Grote pershuizen met stoommachines voorzagen de waterdruk. Van dit type stonden er twintig kranen langs de Scheldekaai. Ze waren ontworpen om grote stoomschepen te lossen. Hun uitzicht leverde de bijnaam “kemel” op.
Meer dan 300 “waterkraantjes” heeft de stad doorheen de jaren aangekocht. Er kwam geen elektriciteit aan te pas: deze kranen werden gevoed door een ondergronds netwerk van perswater. Hoewel ze niet meer dan 2 ton konden hijsen bleven deze kranen tot 1974 in gebruik.
Met een collectie van 600.000 museumstukken geeft het MAS je in vaste en wisselende expo’s een verfrissende kijk op de stad en haar eeuwenlange contacten met de wereld.
Deze kraan was een degelijke en robuust gebouwde kraan met een vernieuwende elektrische schakelinstallatie. Van dit type werd uitzonderlijk maar één exemplaar besteld.
Van deze ‘Nijvelkranen’ werden 48 exemplaren aangekocht. Veel van deze kranen bedienden de zogenoemde ‘Congoboten’, bij het Zeestation van de C.M.B. aan het Leopolddok. De laatste kranen bleven nog tot in de jaren 1990 in werking.
Kraan 330FA was een unieke kraan, bedoeld voor zwaardere lasten. Het topmechanisme met dubbele giek was een van de meest geslaagde systemen voor een topkraan voor zwaardere lasten.
Een Britse kraan voor heropbouw na oorlogstijd: dit type werd modulair geleverd en was snel te assembleren. De kraan werkte onafhankelijk van het stroomnetwerk met in de onderste cabine een dieselgenerator. Later werd de kraan aangepast voor het werk in de Antwerpse haven.
Met deze kranen in gelaste kokerconstructie haalde de haven van Antwerpen de nieuwste naoorlogse technologie binnen. Dit ranke ontwerp was lichter, sneller en zuiniger dan de traditionele kraantypes van 3 ton. De HA-kranen vervingen de oude waterperskranen op de Rijnkaai.