Van 24 juli tot 25 oktober 2020 werden in het Diözesanmuseum Paderborn de 2 bustes van de stroomgod Scaldis en stedenmaagd Antverpia uit de MAS-collectie tentoongesteld voor de expo 'Peter Paul Rubens und der Barock im Norden'.
Ter voorbereiding van een nieuwe vaste tentoonstelling lanceerde het MAS een oproep aan alle Antwerpenaren om hun persoonlijk erfgoed over de oorlog te delen. Tussen mei en juli 2021 verzamelden we bijna 300 verhalen.
Dubbelinterview met Noortje Palmers & Dries Luyten
Voor de expo 'Alles van waarde' fotografeerden Noortje Palmers en Dries Luyten meer dan 1.000 mensen die gepassioneerd met erfgoed bezig zijn. Een interview met de fotografen.
"Het behoorde eerst mijn moeder toe, jouw grootmoeder, die het op haar beurt weer kreeg van haar eigen moeder," legt mijn tante uit. "Ik geef het aan jou, om de traditie verder te zetten."
In de Antwerpse haven werkten alle bruggen, sluizen en havenkranen op perswater. Dat veranderde in 1907, toen elektrische walkranen hun intrede deden op de Antwerpse kaaien. Deze Luikse kraan was een van de eerste en stond opgesteld bij het Albertdok.
Vier kranen met vernieuwende technologie werden in 1931 opgesteld aan de zuidkaaien van de Verbindingsgeul. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden verschillende kranen opgeëist en weggevoerd door de bezetter. Na de oorlog werd deze kraan gevonden in het Duitse Lübeck en terug naar Antwerpen gebracht.
Een topkraan kan haar reikwijdte aanpassen tijdens het laden en lossen. Constructeurs experimenteerden met allerlei mechanismen om ervoor te zorgen dat de last tijdens die opbeweging op dezelfde hoogte blijft. Deze kraan stond samen met de ‘schroefkranen’ en de ‘mussenbekken’ aan het Derde Havendok.
Deze kraan heeft een scharnierende uithouder aan het uiteinde van de giek, waardoor de last tijdens het toppen op dezelfde hoogte bleef. Een Brits patent, uitgevoerd door Belgische bouwer Cockerill. De Antwerpse kraandrijvers noemden het de ‘mussenbek’.
De IA-kranen hebben een dubbele giek, om ervoor te zorgen dat de last tijdens de topbeweging op dezelfde hoogte blijft. Deze mastodonten stonden niet meer op het standaard 5-meterspoor. Een breder spoor was nodig om deze geweldig zware kranen voldoende stabiliteit te geven.
Boomse Metaalwerken kreeg een bestelling van 22 walkranen op 17 november 1959. Eenentwintig kranen van het type KB werden gevoed op 550 volt gelijkspanning. Ze begonnen hun carrière als 5-tonners onder de kenletters KB, maar later werd de nominale last opgevoerd naar 6 ton. Vanaf dan kregen ze de kenletters KD.