Overslaan en naar de inhoud gaan
wagen uit een stoet in een hangar foto © Bart Huysmans

Van stoet naar museum

Restauratie praalwagen voor de expo Luister

Op 30 oktober 2021 opende in het MAS de tentoonstelling Luister. Verhalen gevonden in de stad. Eén museumstuk valt de bezoekers onmiddellijk op, want het is reuzegroot. Het gaat om een praalwagen uit de Antwerpse ‘ommegangstoeten’, de eeuwenoude stoetentraditie van Antwerpen. Dankzij een intensieve restauratie werd de grote praalwagen klaargestoomd voor de expo. Hoe de restauratie voor dit stuk gebeurde en welke keuzes daarbij werden gemaakt, lees je hier.

wagens voor een stoet staan in een hangar © Riet De Coninck, 2019?

Groot schip en sloep in het depot met asbestproblematiek

Teruggevonden praalwagens

In 2009 werden drie wagens teruggevonden in een depot van de Dienst Archeologie: een natiewagen die een 17de-eeuws schip toonde en twee stootkarren met sloepen.  Ze leken goed op de wagens die te zien zijn op de vele schilderijen en foto’s van de Antwerpse ommegangen. Omdat het depot sloot, moesten de drie praalwagens elders ondergebracht worden. Het MAS besliste om ze op te nemen in zijn collectie. Vanaf dan werden de praalwagens dus een museumobject (met inventarisnummer: MAS.0115.001, 002, 003).

In 2018 moesten de wagens opnieuw verhuizen wegens een asbestprobleem in het toenmalige depot. De dienst Behoud en Beheer van Musea en Erfgoed Antwerpen en het MAS maakten een waardestelling. De toestand van de drie praalwagens was slecht en zonder behandeling zouden de wagens hun cultuurhistorische, visuele en sociale waarde steeds meer verliezen. Intussen rijpte ook het plan voor de MAS-expo Luister. Deze tentoonstelling vormde de ideale aanleiding om eindelijk één van de praalwagens van onder het stof te halen en een nieuwe toekomst te geven. Zo startte een boeiend conservatietraject.

Afbeelding van een stoet

Bouttats, Gaspar (I) (graveur), Verdussen, Hieronymus (uitgever), Antwerpse ommegang van 1685. Collectie Museum Plantin-Moretus Antwerpen, PK.OP.20744.

De ommegangtraditie

Het schip en de twee sloepen maken deel uit van de eeuwenlange traditie van stadsstoeten of ommegangen. Een eerste vermelding van zulke ommegangen in Antwerpen vinden we terug in 1324. De naam ommegang betekent oorspronkelijk "(rond)om [de kerk of de stad] gaan". Ze hadden een religieus karakter, maar vanaf de middeleeuwen kwamen ook profane elementen aan bod. Zo waren zowel religieuze feestdagen als de blijde intrede van een nieuwe vorst gelegenheden voor een stoet.

De ommegangen vormden een visueel schouwspel waarin vanaf de 15de tot in de 20ste eeuw een aantal vaste onderdelen verschenen, in steeds wisselende scenario’s. Er liepen vertegenwoordigers mee van de kerk en de religieuze orden, de ambachten en de gewapende gilden als verdedigers van de stad. Daarna volgden de praalwagens met als klassiekers: de reus Druon Antigoon, de reuzin Stadsmaagd en, vanaf de 17de eeuw, Pallas Athena, de walvis, de olifant en het schip.

In de 19de eeuw kreeg de ommegangtraditie een nieuw elan, toen de stad sterk moderniseerde en stoeten over het verleden van Antwerpen populair werden. De laatste ommegang in deze vorm vond plaats in 1958. Andere stoeten, zoals de Reuzenstoet in Borgerhout, floreren wel tot vandaag in Antwerpen.

De drie praalwagens van de MAS-collectie vormen een ensemble binnen de ommegangtraditie. Ze reden meestal samen uit. Dat tonen foto’s en tekeningen van de ommegangen vanaf de 19de eeuw. Het schip verbeeldt de commerciële voorspoed van de havenstad, te danken aan de scheepvaart. De sloepen ondersteunen dat verhaal. In het schip en de sloepen zaten kinderen of mannen die klederdrachten droegen van verschillende landen waar men handel mee voerde. De natiewagen met het grote schip werd getrokken door twee of vier paarden en de stootkarren door één tot drie mannen.

Herkomst en ouderdom van de praalwagens

De huidige kennis over de herkomst van de drie praalwagens van de MAS-collectie (MAS.0115.001,002, 003) is gebaseerd op visuele bronnen en materiaalgebruik. Een stereofoto van een stoet op de Meir uit 1860 toont een zeer gelijkaardig groot schip met iets minder duidelijk ook de sloepen. Vermoedelijk zijn dit de voorlopers van de huidige drie wagens, want het gebruik van industriële bouten bij de onderstellen en triplex bij decoratie van de sloepen wijst eerder op vervaardiging rond 1900. Verder onderzoek moet uitwijzen of er oudere onderdelen in de wagens verwerkt zijn en of het grote schip misschien ouder is dan het onderstel en de sloepen.

De eerste afbeelding met daarop het grote schip en één sloep zoals wij ze nu kennen, is een tekening in het gedenkboek van de Olijftakstoet uit 1875. Bij de ontdekking van de drie wagens in 2009 vermoedde men dat ze voor deze stoet gebouwd werden. In de inleiding van het album wordt de bouw van nieuwe wagens echter niet vermeld, wel het inzetten van bestaande wagens.

Een eerste duidelijke foto van de huidige praalwagens toont deze in vol ornaat tijdens de wereldexpo van 1894. Het decor ziet er ouder uit, maar dat komt omdat Antwerpen voor de wereldexpo een oude 17de-eeuwse wijk had nagebouwd.

Andere glaspositieven van rond 1900 uit de MAS-collectie geven een goed beeld van de twee sloepen en het schip. Op al deze foto’s is duidelijk zichtbaar dat ze zich op dat moment in mooie en misschien originele toestand bevonden.  In de MAS-collectie bewaren we daarnaast nog foto’s van stoeten in 1935, 1948 en in 1958 die duidelijk het grote schip tonen. Nadien reden de drie wagens niet meer uit en werden ze langzaam vergeten tot de herontdekking in 2009.

Levend erfgoed en/of museumobject ?

De ommegangtraditie is eerst en vooral een levend erfgoedpraktijk. De traditie draait om het telkens opnieuw organiseren van stoeten met wisselende scenario’s. De praalwagens werden ingezet in verschillende soorten stoeten. Voor aanvang werden ze telkens helemaal nagekeken en rijklaar gemaakt. Er werd een nieuwe laag verf aangebracht waar nodig, men verving onderdelen die versleten waren en de assen werden goed ingevet.

hangar met reconstructie van een ommegangwagen Foto © Riet De Coninck, 2021

Reconstructies van de klassieke ommegangwagens

Dat is ook gebeurd met de praalwagens van de MAS-collectie. Zo zien we dat de kijkgaten van de stootkarren mettertijd verdwenen onder een tweede laag doek. Bij de ene sloep is het kijkgat nog aanwezig in de onderliggende structuur en bij de andere sloep verdween het helemaal. Deze aanpassingen dateren van na 1920, getuige een foto van een sloep met kijkgat, tijdens opslag in een hangar. Wanneer een praalwagen te versleten werd bevonden, bouwde men een nieuw exemplaar, getrouw naar het vorige model maar met de nieuwste technieken van dat moment.

De drie praalwagens van de MAS-collectie zijn weinig aangepast, omdat ze beperkt zijn ingezet in de 20ste eeuw. Ze bevatten dus meer authentieke elementen dan praalwagens die langer bleven uitrijden. Daarom zijn deze praalwagens interessant voor cultuurhistorisch onderzoek.

In het patrimonium van stad Antwerpen bevinden zich nog andere praalwagens van de klassieke ommegang zoals ‘de walvis’, ‘de dolfijntjes’ en de ‘reuzen’. Deze praalwagens werden allemaal gereconstrueerd in de loop van de 20ste eeuw.

Bij de waardestelling in 2019 werden verschillende pistes voor de drie praalwagens bekeken.

  1. Een eerste piste, die ook effectief werd gerealiseerd, was de asbestsanering en de verbetering van de depotsituatie om de verdere waardevermindering te beperken.
  2. Een tweede mogelijke piste was een volledige reconstructie van de praalwagens met het doel om ze opnieuw te laten rondrijden in Antwerpse stoeten en dus vooral te valoriseren als levend erfgoed. Bij aanvang van het traject met de praalwagens toonde de vzw Reuzenstoet Borgerhout interesse om het grote schip (MAS.0115.001) weer in gebruik te nemen. Ze hadden dit al eerder gedaan met twee andere, recentere praalwagens. Door de reconstructie zou de originele structuur en conditie van de praalwagen veranderen en de cultuurhistorische waarde verminderen.
  3. Een derde mogelijke piste was om de praalwagens in de eerste plaats te valoriseren als cultuurhistorische stukken die het verleden documenteren en om over te gaan tot een museale conservatiebehandeling. Dat houdt in: zo terughoudend mogelijk restaureren, met maximaal behoud van het origineel materiaal en met reversibele ingrepen. Deze optie kreeg de voorkeur, omdat de drie praalwagens weinig veranderingen ondergingen sinds einde 19de eeuw en dus goed de geschiedenis van de ommegang en wagenbouwtechnieken documenteren.
reuzenhoofd op een draaiplateau Foto © Riet De Coninck, 2021

De expo Feest in het MAS met de originele reuzenhoofden en gipsen modellen van sloepen en het schip

Een museale behandeling laat niet toe om de praalwagens opnieuw te laten rijden in de buitenlucht. De behandeling is niet voorzien op weer en wind en door de terughoudende restauratie is de wagen niet echt ‘pralend’.  Toch blijft er een band met de levend erfgoedtraditie. De praalwagens bewaard door het museum, kunnen inspiratiebron zijn voor nieuwe praalwagens. Hetzelfde gebeurde vroeger al met de hoofden van de reuzen Druoon Antigoon en Pallas Athena. De 16de- en 17de-eeuwse hoofden worden bewaard in de MAS-collectie (VM.2004.1021.001 en - 002) Replica’s van de hoofden worden gebruikt in stoeten.

In het museum kan een praalwagen niet rijden, maar zijn er andere manieren om de immaterieel erfgoedtraditie in beeld te brengen: onder meer met schilderijen, foto’s, film en maquettes. Of, zoals in de MAS-expo Feest, met een bewegende schijf waarop de reuzenhoofden van Druon Antigoon en Pallas Athena zachtjes ronddraaien.

Door hun omvang is de keuze voor een volwaardige museale behandeling en presentatie van de drie praalwagens niettemin een uitdaging. Alle ingrepen en verplaatsingen vergen een grote investering. Ook het voorzien van een goede bewaarplaats en het vinden van geklimatiseerde, grote presentatieruimtes, is niet eenvoudig. We hopen dat we hiervoor creatieve oplossingen kunnen vinden samen met andere partners die het stoetenerfgoed van Antwerpen een warm hart toedragen. Maar de eerste stap is gezet: voor de MAS-tentoonstelling Luister werd sloep MAS.0115.003 gerestaureerd.

sloep op wagen Foto © Bart Huysmans, 2021

Sloep MAS.0115.003 tijdens de behandeling

De behandeling van sloep MAS.0115.003

In de MAS-tentoonstelling Luister wilden we minstens één praalwagen tonen. Het grote schip (MAS.0115.001) met zijn visuele aantrekkingskracht had aanvankelijk de voorkeur. Maar dat geraakt de tentoonstellingszaal niet binnen. Naast het formaat, gaf de conditie de doorslag om voor een sloep (MAS.0115.003) te kiezen. De sloep is er structureel het slechtst aan toe omwille van een groot gat aan de achterkant. Maar de wagen heeft andere troeven: de verflaag op de sloep zelf verkeerde in een betere staat en binnenin was ook nog een mooi medaillon aanwezig dat ontbrak in de andere sloep.

De restauratiebehandeling startte in het voorjaar van 2021 met noodfixaties. Waar nodig volgde een droge reiniging. Daarna ging de externe restauratiefirma Art Salvage over tot een vochtige reiniging, maar dat bleek niet overal mogelijk. De verf van de buitenste textiellaag was zodanig verpoederd dat bij reinigingstesten, zelfs met gels, te veel pigment werd afgenomen. Daarom werd die laag enkel geconsolideerd. Voordien werden verfstalen genomen van de sloep en de drie textiele rokken. Onderzoek hiervan bevestigde het vermoeden dat de wagen, en bij uitbreiding de beide sloepen, rond de eeuwwisseling werden gebouwd.

Na consolidatie werd het textiel verstevigd met een doublering. De rokken werden hiervoor losgemaakt van de wagen. De doublering werd op kleur gebracht en na overleg beslisten we om ze aan 1 zijde langer te maken dan wat er nog overbleef van het originele textiel. Op die manier wordt de stootkar aan het oog onttrokken zoals ook vroeger het geval was. De metalen onderdelen van de kar werden gereinigd, de corrosie gestabiliseerd en er werd een transparante afwerklaag aangebracht. De grote lacune van het houtskelet aan de achterkant van de sloep werd hersteld met gestoomde houten latten.

Bij de start van de behandeling was het uitgangspunt een terughoudende ingreep bestaande uit voornamelijk reiniging en fixatie. Tijdens de behandeling werd echter besloten toch een stap verder te gaan om de leesbaarheid van het object als geheel te verhogen. Door middel van de verlengde rok en retouches op het houtwerk werd de gewenste visuele verbinding tussen de sloep en het textiel hersteld. Op het einde van de restauratie kreeg de praalwagen een anoxiebehandeling ter bestrijding van mogelijke aanwezigheid van insecten.

Naar de tentoonstellingszaal

Op 5 oktober 2021 werd de praalwagen naar het MAS gebracht, waar hij met een kraan, doorheen het luik van de buitenmuur, in de tentoonstellingszaal op de derde verdieping getild  werd. De praalwagen met een hoogte van 295 cm, een breedte van 181 cm en een lengte van 485 cm kreeg een ereplaats in de MAS-expo Luister.

Zie ook:

Luister

Verhalen gevonden in de stad

Geniet van een meeslepend luisterspel vol verhalen uit Antwerpen over hebzuchtige reuzen, woelige liefdes, demonen en helden.

Wat bewaren we?

De collectie van het MAS is een verzameling van meer dan 500.000 objecten over kunst, culturele tradities en geschiedenis van de stad en de haven van Antwerpen. Maar ook van Europa, Azië, Afrika, Amerika en Oceanië. 

Meld je aan voor de nieuwsbrief