Herkomstonderzoek
In het gebied dat vandaag de Democratische Republiek Congo is, zijn in de koloniale tijd (1885–1960) talloze cultuurvoorwerpen ontvreemd. Dat gebeurde in een context van koloniale machtsverhoudingen en geweld. Heel wat objecten zijn onder dwang afgestaan en vervolgens verscheept naar Antwerpen, waar ze terechtkwamen bij verzamelaars en in musea. Via verschillende wegen belandden ze uiteindelijk in het MAS. Dat beheert vandaag ongeveer 3.800 van die voorwerpen, die de band met hun brongemeenschap kwijt zijn.
Het MAS ging op zoek naar de herkomst van die objecten en de omstandigheden waarin drie sleutelstukken aan hun oorspronkelijke eigenaars ontnomen zijn. De publicatie is het resultaat van die diepgaande studie, die gebeurde vanuit een Belgisch-Congolees perspectief en die het MAS op een transparante manier wil delen met een breed publiek in België, Congo en daarbuiten.
Waarde voor de toekomst
Dit rapport belicht niet alleen de geschiedenis van de verzameling, maar ook de waarde die zij vandaag nog heeft voor Congolese kunstenaars en gemeenschappen. De kennis die eruit voortvloeit is uitermate relevant, niet alleen voor de verdere dialoog over de toekomst van de collectie, maar ook voor het herstel.
De nieuwe publicatie ‘Over herkomst en toekomst’ (200 pagina’s, tweetalig NL/FR) bundelt het herkomstonderzoek dat in het MAS werd uitgevoerd door Els De Palmenaer (conservator Afrika in het MAS), prof. Donatien Dibwe dia Mwembu (Congolese projectleider en onderzoeker, UNILU Lubumbashi) en Bram Cleys (Belgisch projectleider en onderzoeker), met terreinwerk van drie Congolese onderzoekers: Philippe Mikobi Pongo, Dieudonné Kabuetele en Constantin Kasongo Kitenge.
Publicatie
Je kan de publicatie hieronder downloaden of bekijken.

Drie sleutelstukken
De drie onderzochte sleutelstukken tonen elk op hun manier hoe Congolees erfgoed in een koloniale context uit zijn gemeenschappen verdween. Niet alle details zijn te achterhalen, wel leidde het onderzoek tot nieuwe inzichten en samenwerkingen met Congolese gemeenschappen en onderzoekers.
- Het krachtbeeld (nkishi) van chef Nkolomonyi behoorde toe aan een Songo Meno-chef die zich verzette tegen de koloniale bezetting. Na zijn arrestatie in 1923 werden zijn bezittingen, waaronder dit beeld, geconfisqueerd. Dankzij archiefonderzoek en nieuwe getuigenissen kan de gewelddadige inbeslagname door de Belgische koloniale overheerser vandaag worden gereconstrueerd.
- De twee prekoloniale smeedijzeren Kuba-beeldjes behoorden tot de koninklijke hofkunst in Mushenge. De koning schonk die begin 20ste eeuw aan een koloniale ambtenaar, vermoedelijk onder druk van de militaire verovering van het Kuba-rijk. Via de Antwerpse handelaar Henri Pareyn werden ze in 1920 door het Museum Vleeshuis aangekocht.
- Het Hemba-herdenkingsbeeld van een chef (singiti) was een erfstuk van een Hemba-clanhoofd. Hoe het uit de gemeenschap verdween is niet meer te achterhalen, Congolese informanten wijzen op de druk van missionering. Onderzoek in Congo bracht nieuwe inzichten: een ‘singiti’ betekent ‘steunpilaar’ en werd altijd met lendendoek getoond.


