Overslaan en naar de inhoud gaan

Een blik op Leven & Dood

Waar komen we vandaan? Waar gaan we naartoe? Mythes en religies, filosofen en wetenschappers gaan sinds eeuwen op zoek naar antwoorden op deze vragen.

Elke cultuur probeert te begrijpen, te verklaren, zin te geven. De antwoorden verschillen sterk, maar er zijn ook gelijkenissen. Zo verbinden ze de dood vrijwel altijd met nieuw leven.

We pikken er een paar voorbeelden uit: we staan stil bij de levensvisie van de Egyptenaren, illustreren een paar van de overtuigingen die leven of leefden in Afrika, Oceanië… We presenteren kort de ideeën rond karma en wedergeboorte in de grote Indiase religies, de verwachting van het eeuwige leven in de Religies van het Boek en sluiten af met een paar van de ideeën waarop vrijzinnig humanisten steunen.

Neem een kijkje in de zaal:
(Je ziet onder meer de imposante Bardo-torens (met overgangsvisioenen van de dode), cimbalen en trompetten en andere rituele instrumenten, een thangka met transcendente en menselijke Boeddha's …)

Egypte

Egyptisch beeldje

Staande Osiris
Memphis, Laatfaraonisch tot Grieks-Romeinse periode (712 v. Chr. tot 395 n. Chr.)
Brons
Collectie MAS (AV.1879.001.023)

 

Voor de oude Egyptenaren was sterven niet het einde. Zij leefden verder in een wereld na de dood en hoopten uiteindelijk te mogen vertoeven bij de goden, zoals de zonnegod Amon-Re en Osiris, de heerser van de dodenwereld.

 

 

Fragmenten van het Dodenboek op mummiewindsel
Memphis, Ptolemaeïsch (332 tot 30 v. Chr.)
Linnen en vlas
collectie MAS (AV.4943.1-2 en AV.4943.2-2/AV.4946.1-2 en AV.4946.2-2)

Dodenboek
Eerst maakten doden een lange en gevaarlijke reis door de onderwereld (Doeat). Daarom kregen ze in hun graf het Dodenboek mee, waarin stond hoe je de reis het best aanpakte. Met het oog op een rijkelijk leven na de dood kregen ze ook voedsel en uitrusting. Tot lang na het overlijden bezocht de familie de voorkamer van het graf, om er voedsel en drank te schenken en te bidden. 

Afrika

Vele Afrikaanse kunstvoorwerpen hebben een rituele betekenis: ze brengen scheppingsmythes tot leven, zorgen voor vruchtbaarheid en houdt de herinnering aan de voorouders intact.  

masker

Kanaga-dansmasker
Dogon, Mali, 20e eeuw
Hout, pigment, hars en ijzer
Aankoop W. Mestach, 1961
MAS (AE.1961.0067)

Dit Kanaga-dansmasker van de Dogon trad op tijdens dodenherdenkingen en hielp de zielen de status van vooroudergeesten te bereiken. Het bovenstuk in de vorm van het Lotharingse kruis heeft een meerduidige betekenis: voor de onvolledig ingewijde is het een dier, voor een ingewijde stelt het de scheppergod voor die met twee paar armen naar hemel en aarde wijst.

beeldje van een hond

Wrijforakel (itombwa)
Kuba/Bushoong, Democratische Republiek Congo
Eind 19e - begin 20e eeuw
Hout
Aankoop H. Pareyn, 1920
MAS (AE.0223)

Wrijforakel (itombwa) in de vorm van een jachthond

Er is een zichtbare en een onzichtbare wereld, en een bezielende kracht verbindt die met elkaar. De communicatie tussen mensen en geesten, levenden en doden verloopt via offers, waarzeggerij, rituele dansen en inwijdingsceremonies.

Dieren zijn geschikte bemiddelaars tussen de mens en de onzichtbare wereld. Een Kuba-waarzegger gebruikte dit wrijforakel in de vorm van een jachthond om in contact te komen met de geesten. Met zijn scherpe reukzin was de viervoeter zijn ideale assistent.

Oceanië

Op de eilanden van Melanesië bestonden van oudsher talloze lokale vooroudercultussen die leven en dood met elkaar verbonden. Dodenrituelen hielpen de overledenen bij hun uittocht uit de maatschappij der levenden. Zo konden ze uiteindelijk de status van voorouders verwerven. De rituelen leidden ook de vrijgekomen en mogelijk gevaarlijke levenskracht in goede banen. 

masker

Uilenkop
noorden van Nieuw-Ierland, ca. 1900
Hout, pigment, rotan, bast, schelp en merg van biesjes
schenking C. Hemeleers, 1925
MAS (AE.0086)

Deze Malanggan-sculptuur, een vogelkopfiguur, belichaamt mythische wezens en voorouders. De complexe decoratie boven de kop symboliseert groei en vruchtbaarheid.

beeldje van een man en beeldje van een vrouw

Voorouderpaar totok
noorden van Nieuw-Ierland
ca. 1900, hout, schelp en pigment
Aankoop Van Herck, 1953
ex-verzameling Jan De Schuyter
MAS (AE.1953.0006.0001; AE.1953.0006.0002)

 

Ook dit Malanggan voorouderpaar  belichaamt voorouders. Opvallend zijn de Europese invloeden. Mogelijk werden de beelden gemaakt voor de verkoop aan toeristen.
 

Azië

India is de bakermat van drie oeroude religies: hindoeïsme, boeddhisme en jaïnisme.

Alle drie geloven ze in de wedergeboorte: na de dood leeft de geest verder in een ander lichaam. Karma, de daden uit vorige levens, bepaalt de kwaliteit van het nieuwe leven. Dat is een natuurwet. Er is dus geen god of rechter die oordeelt. Zelf de verlossing bereiken en niet meer herboren worden is het hoogste doel.

Hindoeïsme

Hindoes vereren veel goden, maar die verpersoonlijken aspecten van één absolute kracht: de al-ziel (brahman). Voor hen betekent de verlossing (moksha) dat de ik-ziel (atman) na de dood één wordt met deze al-ziel.

Ganesha
Java, Indonesië, 12de eeuw
Grijze lavasteen
Aankoop Walter Tamm, 1963
MAS (AE.1963.0062.0001)

 

Ganesha, de bijzonder populaire godheid met het olifantenhoofd, wordt vooral vereerd omdat hij hindernissen wegruimt. Hij brengt wijsheid en geluk. Vandaar dat mensen hem bij het begin van elke onderneming aanroepen. Ganesha draagt altijd een gebedssnoer, een prikhaak en een kommetje met snoep. Hij heeft een afgebroken slagtand. Die verloor hij bij een gevecht. Een te ijverige eigenaar heeft in dit beeld de slagtand gerestaureerd.

beeldje

 

Mahisasuramardini, durga als doodster van de buffeldemon
India, begin 19e eeuw
Brons
Schenking Vrienden van het Etnografisch Museum, Antwerpen, 1990
MAS (AE.1990.0032.0010)

De moedergodin Mahadevi, bron van leven en vruchtbaarheid, wordt in India uitgebreid vereerd. Haar cultus is oeroud en inheems, en haar vele voorstellingen tonen het Indische schoonheidsideaal: volle borsten, bolle buik, brede heupen en smalle taille.
Net zoals van de god Shiva zijn er ook van Mahadevi afschrikwekkende voorstellingen, zoals Kali of Durga. In die gedaanten heeft zij een beschermende functie. 

Boeddhisme, de weg naar het nirwana

Het boeddhisme dankt zijn naam aan Siddharta Gautama, een Indiase prins die zijn volgelingen later de Boeddha - ‘ontwaakte’ of ‘verlichte’- noemden. Hij zocht een manier om te ontsnappen aan het lijden en uit de kringloop van wedergeboorten.

Door vreedzaam en onthecht te leven blijft je karma verbeteren, je kunt dan de verlichting bereiken door de juiste meditatie en concentratie. Dan ga je na de dood op in het nirwana, het oneindige niets, en word je niet meer herboren. Je bent verlost uit de kringloop van wedergeboorten.

Boeddha Sakyamuni
Nagapattinam, Zuid-India
Vijayanagar-periode, 14e eeuw
Brons
Aankoop Marcel Nies, 2001
MAS (AE.2001.0001.0001.1-2/2)

Negen overdenkingen over de onreinheid van het lichaam: het lichaam als omhulsel
Kinugasa Morishige
Japan, 1670-1680
Papierschildering
Legaat Max Elskamp, 1932
MAS (AE.4552.1-20/20)

 

Deze 'negen overdenkingen', een topstuk van de MAS collectie, tonen een mooie prinses in vol ornaat en vervolgens de ontbinding van haar dode lichaam. Uiteindelijk blijft er niets over. De boodschap luidt: het lichaam is slechts een tijdelijk omhulsel, alleen de geest blijft en wordt herboren in een nieuwe vorm. Samen met de Chinese verzen ondersteunden deze illustraties de meditatie van monniken die hun aardse verlangens wilden verdrijven.

Jains: niet doden alles wat leeft

Het jaïnisme is een van India’s oudste religies. Het sluit aan bij het animisme: alles in de natuur heeft een ziel. Niets daarvan mag worden geschaad. Jains zijn dan ook absoluut geweldloos en hebben een groot ecologisch bewustzijn.

Jains kunnen hun ziel verlossen, en zo zich verlossen uit de kringloop van de wedergeboorte, dankzij de juiste kennis, het juiste geloof en het juiste gedrag: de drie juwelen. Zij leven vijf geboden na: niet doden, niet stelen, niet liegen, geen onkuisheid plegen en niet gehecht zijn aan bezittingen.

Samovasarana, prediking van Mahavira
Rajasthan, India
eind 18e eeuw
gouache op doek
schenking Vrienden van het Etnografisch Museum Antwerpen, 1997
MAS (AE.1997.0029)

Op dit doek zien we Mahavira, een leermeester, prediken voor monniken en nonnen, lekenmannen en -vrouwen. Ze dragen een wit monddoekje dat hen verhindert kleine organismen in te ademen. De dieren rondom zitten vreedzaam naast hun prooi.

monddoekje en bezem

Monddoekje en bezem
India, 20e eeuw
katoen, hout
schenking Lalit Kumar, 2000
MAS (AE.2000.0596, AE.2000.0578)

Monddoekje en bezem: opzettelijk doden vermijden
Een monddoekje verhindert jain monniken om insecten in te ademen, de kwast om diertjes te doden  bij het stappen. 

Religies van het boek: Jodendom, Christendom en Islam

Jodendom, christendom en islam zijn religies van het Boek. In de Thora, Bijbel en Koran openbaart God zich aan de mens. Gods richtlijnen bepalen wat een goed of juist leven is, en overlijdens- en begrafenisrituelen zorgen voor de juiste overgang naar het eeuwige leven na de dood. Aan het einde der tijden vindt de wederopstanding van alle doden plaats. God beoordeelt dan hun levensdaden. Als dat oordeel positief is, worden ze voor eeuwig opgenomen in Zijn harmonie, dat is het paradijs. Of eruit verwijderd worden, dat is de hel.

Het leven: doen wat goed is

Je hemel verdienen’: deze uitdrukking geeft aan dat er na het tijdelijke menselijke bestaan iets moois wacht. En dat je er iets voor moet doen. Gehoorzaamheid aan Gods wetten zal met het eeuwig leven in het paradijs beloond worden. Ingaan tegen Gods wil is een zonde. 

Adam en Eva die ongehoorzaam zijn aan God, verbeelden dé oerzonde van de mens. Wat je dus niet moet doen om je hemel te verdienen is het voorbeeld van dit paar volgen. Ook al lijkt de zonde aantrekkelijk. 

Links: Adam en Eva en de Boom van Kennis van Goed en Kwaad: joodse voorstelling, Antwerpen, 2018 (naar de originele kussensloop van het Joods Historisch Museum, Amsterdam, Elzas, 18de eeuw, M000998), Katoen, Rechts en links van de boom staat de naam אדם (Adam) en וחוה (Eva).
Midden: Adam en Eva, de slang en het verboden fruit: christelijke voorstelling, Duitsland, 2de helft 16de eeuw, IJzeren kachelplaat, MAS (AV.2260)
Rechts: Adam en Eva in het paradijs: moslim voorstelling (sjiitische traditie), 20ste eeuw, Prent op papier, MAS (AE.1973.0030.0013

De dood: overgang naar het eeuwige leven

Het naderende sterven is het ultieme moment waarop gelovigen hun leven overschouwen om er in het reine mee te komen en om vergiffenis te vragen voor fouten jegens God en hun medemensen. De verzorging van de overledene is een spirituele en lichamelijke zuivering: ze maakt de ziel klaar voor het hiernamaals, het lichaam voor de begrafenis.

Het eeuwige leven

Afhankelijk van periode en religie – en de vele strekkingen binnen elke religie – wordt het leven na de dood niet, abstract of beeldrijk voorgesteld. Joden verbeelden ‘de wereld die komt’ traditioneel niet. Christenen en moslims wel, op uiteenlopende manieren en in onze tijd veel minder ‘letterlijk’.

Retabel van Averbode
beeldsnijder: Jacob van Cothem, schilder onbekend
Antwerpen, 1514
Eik, olieverf
MAS (AV.0887)

Christendom: Retabel van Averbode: de bewening van Jezus

Dit altaarstuk is een Vlaams topstuk.  Het verbeeldt Christus’ kruisdood, de droefenis daarover en zijn verrijzenis. Jezus’ offer bevrijdt de mensheid van de gevolgen van de erfzonde en luidt een nieuw verbond in van God met gelovige mensen: de mens krijgt, dankzij Jezus’ offer, weer toegang tot het paradijs. De gevolgen van de zonde van Adam en Eva wordt ongedaan gemaakt.

Islamitische prent met de Tempelberg (Haram al-sjarief) en eindtijdsymbolen
India, ca. 1900
bruikleen van de Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen, Nederland (7031-15)

 

Islam: prent met de Tempelberg en eindtijdsymbolen

Achteraan op het ommuurde plein staat de Rotskoepel, links het mausoleum van David (Dawud), rechts dat van Mozes (Musa). Voor de Rotskoepel staat de weegschaal voor de weging van de daden van overledenen, en daaronder loopt het smalle pad dat ze moeten bewandelen: gelovigen bereiken het paradijs, ongelovigen vallen in het hellevuur. Rechtsonder de Put der Zielen, waar de Profeet bij de wederopstanding zijn gemeenschap zal verzamelen.

Vrijzinnig Humanisme

Vrijzinnig humanisten streven naar een goed en zinvol (samen)leven. Er is geen leven na de dood. Sleutelwoorden van het vrijzinnig humanisme zijn: autonomie, menselijke rede en zelfontplooiing, vrij onderzoek, rechtvaardigheid, menswaardigheid, verantwoordelijkheid. De mens beschikt zelf over zijn leven en dood. Een menswaardige dood is het sluitstuk van het streven naar een goed bestaan, voor zichzelf en voor de anderen.

Deze vrijzinnig humanistische levenshouding komt voort uit een lange traditie van Griekse, Romeinse, joodse, christelijke en atheïstische denkers. Een paar van de denkers in de expo:

Enkele vrijzinnig humanisten vandaag vertellen hoe zij kijken naar leven en dood in dit fragmentje.

Hier stopt het niet...

Onze museumzaal staat natuurlijk nog vol met andere objecten.  Tijdens een écht bezoek aan onze expo ontdek je o.m. nog een echte sarcofaag, een prent van Marc Chagall met Mozes en de Tien Geboden, hét topstuk van onze Afrika collectie: een Hemba-beeld van een wakende voorouder uit Congo en nog meer doorleefde getuigenissen van mensen van vlees en bloed op zoek naar diepgaande antwoorden op vragen rond 'Leven en Dood'.

Over de expo

Leven & Dood

Over goden en mensen

Laat je niet afschrikken door de dood, maar ontdek hoe anderen het levenseinde ervaren en benaderen. En dit over de grenzen van tijd, cultuur en religie heen.

Ook interesse in de andere tentoonstellingen?

Werp een blik in onze museumzalen

Kijk rond in de verschillende museumzalen dankzij 360° foto's. En we stellen je enkele opmerkelijke objecten voor.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief