Overslaan en naar de inhoud gaan

Méreau's van Antwerpen

Het MAS heeft een uitgebreide collectie 'méreau’s'. Enkele unieke exemplaren van brouwerij- en wijnpachtersaccijnzen en ijkerspenningen die tot eind 16e / begin 17e eeuw in Antwerpen in gebruik waren, werden onderzocht door onderzoekster Linda Everaert. Zij publiceerde haar bevindingen in een boek met de titel 'Méreau's van Antwerpen.

Wat zijn méreau’s?

Het Franse leenwoord kent geen echte vertaling. Het kan slaan op tinnen, loden of koperen penningen, jetons … met een waarde. Ze werden gebruikt door leden van een natie, een ambacht, een gilde of door armen van een  parochie of stad. Ze garandeerden een bepaalde dienst, beloning, sociale bijstand, uitbetaling of uitkering.

Tot de minder bekende méreau’s behoren de accijnspenningen. In de 16e eeuw maakten ze deel uit van de stedelijke financiële administratie: accijnzen waren voor de stad immers een grote bron van inkomsten. Het onderzoek van Linda Everaert focust op de brouwerij-accijnspenningen en de relatie van die (Antwerpse) brouwerijen met het Hanzehuis. Kleine tegenstempelingen op sommige accijnspenningen bevestigen dat de betreffende brouwerijen werkten voor de Duitse handelssteden via het Hanzehuis.

Brouwerij-accijnspenning (AV.B.0140) van brouwerij 'Het Anker'

Brouwerij-accijnspenning (AV.B.0331) van brouwerij 'De Gestreepten Ezel’

Brouwerij-accijnspenning (AV.B.0170) van brouwerij 'Het Bourgondisch Kruis'

Hoe werken méreau’s?

De aanmaak van méreau’s gebeurde in opdracht van de stad, meer bepaald in de Antwerpse Munt, waar munten werden ‘geslagen’. Ze hadden betrekking op verschillende domeinen. We belichten er drie:

  1. Brouwerij-accijnspenningen werden door stadsambtenaren, meer bepaald accijnsmedewerkers, aan de brouwerijen gegeven. Ze dienden als een garantie op betaling van accijnzen of belastingen. Dat ging als volgt: de bierlading werd bij het verlaten van de brouwerij conform bevonden door de accijnsmedewerker en hij nam hiervoor een accijnspenning in ontvangst. Deze accijnsmedewerker was er permanent aanwezig, 24/7, en bracht alle geïnde méreau’s wekelijks naar het accijnskantoor. Daar werd, aan de hand van de afgeleverde penningen, berekend hoeveel accijnzen de brouwer verschuldigd was. Deze laatste diende zijn belasting maandelijks te vereffenen aan de stad. 
    Op de voorzijde van een penning stond het geregistreerd symbool, het logo als het ware, van de brouwerij. Op de keerzijde bevond zich de aanduiding of initiaal van de specifieke biersoort. De twee meest gebruikte biersoorten in die periode waren kuyt, een licht bier, en knol, een zwaar of dobbel bier. De initialen K K gaven dit aan.
     
  2. Een wijnaccijnspachter had het recht om accijns of belasting op wijn te innen namens de stad en daar winst uit probeerde te halen. De stad verkocht dat recht om wijnaccijns te heffen via een openbare veiling aan de hoogste bieder. In ruil voor een vast bedrag kreeg de pachter dus het exclusieve recht om wijnaccijnzen te innen. Had hij meer opgehaald dan zijn vaste bedrag was de winst voor hem.
    Mogelijk ging dit als volgt. De wijnaccijnspachter controleerde de inkomende wijnvaten: de belasting werd geheven per vat of per hoeveelheid. Men gaat ervan uit dat de wijnpachter een accijnspenning gaf aan de wijnhandelaar als bewijs van betaalde accijnzen. 
    Op de voorzijde van dit soort accijnspenningen staat een gekroonde hand: dat is het officiële bewijs dat de stad ze heeft uitgegeven. Op de keerzijde staat een huismerkteken, bestaande uit initialen verwerkt in een persoonlijk logo. Zo kon de wijnhandelaar aantonen bij welke pachter hij de accijnzen had betaald. De wijnpachter controleerde ook herbergen en wijnverkopers en diende fraude op te sporen, zoals smokkel of verborgen opslag. Hij werkte hiervoor samen met stedelijke ambtenaren en kon ook boetes opleggen.
     
  3. Stadsijkers in het 16e-eeuwse Antwerpen waren functionarissen aangesteld door het stadsbestuur, verantwoordelijk voor het controleren en waarmerken van maten en gewichten. Om fraude door kooplui te voorkomen controleerden zij ook bier- en wijnvaten. 

Stadsijkerspenning (AV.B.0425) met de gekroonde hand op de voorzijde en de (ijkers) weegschaal op de keerzijde 

Ze gebruikten daarvoor ijkpenningen: wanneer een handelaar zijn te ijken object, zoals een graanmaat, wijnvat, weegschaal, gewichten …, naar de stadsijker bracht, dan werd dit geverifieerd aan de hand van de officiële standaardmaten van de stad. De handelaar kreeg dan een ijkpenning die gold als bewijs dat het aangeboden item werd geijkt én dat hij het ijkgeld had betaald. Bij controle van de handelaar kon de penning dan worden getoond aan de stadsambtenaren. Een andere hypothese is dat de ijkpenning een administratieve functie had binnen het ijkingskantoor, bijvoorbeeld als interne registratie van het aantal gekeurde items.
Nog een andere mogelijkheid is dat de handelaar meerdere penningen op voorhand aankocht en ze bij elke keuring inwisselde.
Ook op de voorzijde van zo’n stadsijkerspenning staat een gekroonde hand, als officieel bewijs van uitgifte door de stad. Op de keerzijde staat in dit geval een weegschaal, het symbool voor ijken.


 

 

 

 

Het volledige onderzoek je nalezen in de publicatie 'Méreau's van Antwerpen: Brouwerij- en Wijnpachtersaccijnspenningen, Stadsijkerspenningen', een uitgave van de Diestse Studiekring voor Numismatiek ter gelegenheid van haar 20e verjaardag, 2026. Meer info over het boek vind je op studiekring-numismatiek.be.

Het MAS dankt Linda Everaert voor haar onderzoek op deze deelcollectie.

Meld je aan voor de nieuwsbrief