Overslaan en naar de inhoud gaan
kinderen kijken naar een voorwerp en schrijven

De Wondere pluim

Schooljaar 2025-2026

Opnieuw werkt het MAS samen aan de Wondere Pluim. Ook dit schooljaar kunnen deelnemende scholen opteren voor een museumobject als inspiratiebron. Dit zijn ze:

Bang voor onweer?

(AE.0337)

Dit houten masker met strepen komt van het Songye volk uit Congo een land in Centraal-Afrika. De Songye droegen tijdens ceremonies of feesten. Bijvoorbeeld bij een feest om te vieren dat het dorp een nieuwe chef had. Het masker beschermde ook tegen regen en bliksem. Want wie is er niet bang voor een stevig onweer? 

Het masker is gemaakt door een Songye kunstenaar. De Stad Antwerpen kocht het masker van Henri Pareyn in 1920. Hij was een Antwerpse kunsthandelaar. 

Knopen in je haar

(AE.0593)

Nee, dit is geen vork, maar toch een handig ding. Het is een houten kam om knopen mee uit je haren te kammen. Je kon het ook in je haren laten steken als versiering. Kijk maar eens bovenop. Daar staat een hoofd dat twee kanten op kijkt, naar voren en naar achteren. Dat noemen we ook wel een janushoofd. De kam werd aan het begin van de vorige eeuw in Congo uit hout gesneden door een kunstenaar van het Yaka volk. A. Nuyens schonk de kam in 1936 aan de Stad Antwerpen. Wat zijn hele voornaam was, weten we jammer genoeg niet.  

De hond uitlaten

(AE.1953.0013.0198)

De snuit en het staartje van dit kleine hondje staan omhoog. Alsof het diertje met je wil spelen. En dat klopt ook: het diertje hoorde bij een Japans spel. Was het misschien een pion? Jammer genoeg weten we dat niet. We weten wel dat het hondje rond 1930 is gemaakt. Hoe – of met wie – het speelgoedje in Antwerpen terechtkwam, is ook nog altijd een raadsel.

Spiegeltje, spiegeltje

(AE.1959.0045.0363)

Waarom kijk jij in de spiegel? Om te zien of je haar nog goed zit? Of om te checken dat er geen spinazie meer tussen je tanden zit? Deze vierkante spiegel is gemaakt door de Tukano, een volk uit het huidige Colombia. Zij wonen in de tropische regenwouden van het Amazonegebied. De spiegel is eenvoudig en bestaat uit een vierkante houten lijst met een handvat.

Stad Antwerpen kocht de spiegel van Lothar Petersen, een Duitse arts en antropoloog die in Colombia onderzoek deed over de Tukano. 

Suikerhamer

(AE.1968.0010.0004)

Suiker strooi je vandaag met een lepel in mooie witte kristalletjes uit over je pannenkoek. Maar op sommige plekken in Marokko was dat lange tijd anders. Daar kocht je suiker in de vorm van een hard brood. Die klomp suiker was zo hard dat je een speciale suikerhamer nodig had om er een stuk van af te slaan. Hoe gebruik je dit gereedschap dan? Met de ene kant sla je eerst een brok van het suikerbrood af. Met de andere kant sla je dan de stukken fijn. Heerlijk in een heet glaasje muntthee!

Deze suikerhamer komt uit de Marokkaanse kuststad Essaouira. We weten niet welke smid deze hamer maakte. Philippe d’Arschot bracht de hamer mee van een reis naar Marokko en gaf die in 1968 aan Stad Antwerpen.
 

Mini-masker

(AE.1973.0013.0002)

Draag jij wel eens iets bij je waarvan je denkt dat het je gelukt brengt? Een steen in je broekzak? Een bijzondere hanger aan je ketting? Dit kleine metalen maskertje is ook zo’n geluksbrenger. Het moest beschermen tegen ongeluk of boze geesten. Een smid van de Kran maakte het maskertje. Dat volk woont in Liberia, een land in West-Afrika. Stad Antwerpen kocht het maskertje in 1973 van de Italiaanse kunsthandelaar Vittorio Mangio. 

Haarkam

(AE.1975.0034.0043)

Knopen uit je haar borstelen kan best vervelend zijn. Een mooie kam verzacht misschien de pijn.  Boven op deze houten haarkam zie je twee mensenhoofdjes. De kam is gemaakt door een houtsnijder van het Luba volk in Congo, in Centraal-Afrika. Margriet Olbrechts-Maurissens schonk de kam aan de stad Antwerpen. Margriet was de vrouw van Frans Olbrechts. Frans was een antropoloog en verzamelde Aziatische en Afrikaanse kunst. Antropologen bestuderen hoe mensen leven in andere culturen. 

Sandalen met een hak

(AE.1983.0009.0189.1-2)

Slippers zijn handig. Je hebt er misschien ook een paar in je kast liggen? Je kan ze snel aan en uit schieten. Dat is makkelijk wanneer je bijvoorbeeld naar het zwembad gaat. Deze slippers zijn iets minder comfortabel dan een paar plastic flipflops of kurken sandalen: ze zijn van hout! Turkse vrouwen droegen ze graag in het badhuis, een soort sauna. In het Turks heten deze slippers kabkab of nalin. Het woordje ‘kabkab’ zou verwijzen naar het klikkende geluid dat de sandalen maken op een stenen vloer. Deze twee houten schoentjes werden gemaakt aan het begin van de vorige eeuw in Turkije. Het Turkse Ministerie voor Cultuur en Toerisme schonk de slippers aan Stad Antwerpen in 1983. Vandaag is het deel van van de MAS-collectie. 

Kinkhoorn

(AE.1984.0003.0006)

Dit is het huisje van een slak. Niet het soort slak dat je in je tuin of in het bos tegenkomt, maar een slak uit de zee. Sommige noemen hem wulk, andere kinkhoorn en weer andere spreken van karakol. De slak is een van de grootste huisjesslakken die in de zee voorkomen: de schelp kan wel 11 cm hoog worden. 

Dit slakkenhuis is niet echt maar namaak. We noemen dat een ‘replica’. De schelp is versierd en kan je gebruiken als beker. Deze schelp-beker komt helemaal uit Peru. In 1984 werd de beker een museumobject.

Kokosnootwezen

(AE.1987.0001.0025)

Kijk eens goed naar deze kokosnoot. Op het eerste gezicht zie je misschien alleen maar gaten in de bruine schelp. Kijk nu nog eens wat beter. Zie jij het neusje, de ogen en het open mondje voorop? Op de rug van het wezen zitten twaalf gaten. Zouden ze er veren of planten in hebben gestoken? Welk dier zie jij erin? Of misschien een soort vis? De maker van dit beeldje heeft het vruchtvlees en het kokossap eruit gekregen zonder de schelp kapot te maken. Hij wist duidelijk wat hij deed. 

Het kokosnootwezen komt uit Oceanië. We weten niet wie het gemaakt heeft. In 1940 werd dit voorwerp een museumobject. Vandaag is het deel van de MAS-collectie.

Gesneden ornament

(AE.1988.0009)

Soms is er niemand die ons kan vertellen wat een bepaald object voorstelt. Dit is zo’n soort beeldje. Wat zie jij erin? Laat je fantasie gerust de vrije loop. Zijn het twee dieren die elkaar omarmen? Of twee mensen in een innige knuffel? Let eens op het hout. Dat is op sommige plekken een beetje verkleurd. Daardoor weten we in ieder geval wel dat beeldje heel vaak is vastgepakt. Als speelgoed? Of tijdens ceremonies? Die vragen blijven jammer genoeg onbeantwoord. Het enige dat we zeker weten is dat het beeldje uit Nieuw-Guinea komt. Dat is een eiland in de Stille Oceaan ten oosten van Indonesië. Armand Billestraet schonk het in 1988 aan het museum.

Hoorn wordt doosje

(AE.1989.0020)

In jouw boekentas zitten vast heel wat doosjes. Een grotere doos voor de boterhammen. Een kleiner doosje voor het fruit. En misschien ook nog een doosje voor je koek? Maar waarin stop je je spullen als je geen plastic doos in de buurt hebt? Daarvoor bedacht de maker van deze houder een slimme oplossing. Hij – of zij – holde de hoorn van een antilope uit en maakte er een houder van. Dop erop et voilà: een houder. Hier zaten geen boterhammen in, maar wel kruiden of medicijnen. 

Deze houder komt uit Congo, maar we weten niet wie het voorwerp maakte. In 1989 schonk de familie Buelens-Van Herck het aan de Stad Antwerpen. 

Beschermvogel

(AE.1995.0009.0006)

Je ziet het vast meteen: dit beeld ziet eruit als een vogelbek. Niet het kleine bekje van een musje of een merel, maar misschien wel de gevaarlijke puntige bek van een roofvogel. Deze vogelbek is gemaakt in Nepal. Vogels worden er gezien als hulpgeesten en zouden magische krachten hebben. Het heeft ook wel iets magisch. Een statige roofvogel, meters hoog in de lucht, zwevend op de wind met uitgestrekte vleugels over de besneeuwde toppen van de Himalaya. 

In 1995 schonken de Vrienden van het Etnografisch Museum de vogelbek aan het museum. Nu maakt die verzameling deel uit van de MAS-collectie.

Dromenvanger

(AE.1997.0024.0002)

Gillend of bezweet wakker worden omdat je een enge droom had. Over monsters of vampiers. Of over inbrekers in je huis. Brrrrr … niemand houdt van nachtmerries. Hoe kan je ervoor zorgen dat je nooit meer enge dromen hebt? Misschien door deze dromenvanger boven je bed te hangen. Slechte dromen blijven hangen in het web. Ze lossen op in het licht van de morgenzon. Alleen de goede dromen passen door de opening in het midden. 
De oorspronkelijke bewoners van Amerika hangen dit soort dromenvangers vaak boven de wiegjes van pasgeboren baby’s of kinderen. Deze dromenvanger is gemaakt door Gilbert Douville uit South-Dakota. Gilbert is een Sioux Lakota ambachtsman en een dichter. Hij gebruikte een stevige grassoort en zenuwvezel voor het net. In het midden maakte hij een groene veer vast. Gilberte Huijbrechts schonk de dromenvanger in 1997 aan het museum. 

Veren in je oor

(AE.1998.1754)

Een sjamaan (sjamanka als het een vrouw is) is een soort priester. Hij of zij kan praten met de geesten, beoefent magie en kan de toekomst voorspellen. Deze bundeltjes van veren – eentje geel de andere wit – werden in de oren gedragen door een sjamaan van het Yanomami volk. Zij wonen in het Amazoneregenwoud van Brazilië. Het museum kocht de oorsieraden in 1998 van de Belgische antropoloog Daniël De Vos. Hij woonde tussen 1980 en 1990 zelf bij de Yanomami. 

Koekjes bakken

(AE.2005.0001.0130)

Meng 100 gram suiker, 200 gram boter en 300 gram bloem met een snuifje zout en je hebt deeg voor simpele maar lekkere koekjes. Je zou ze kunnen bakken in deze bakvormen. De vormpjes komen uit Sri Lanka. Ze werden er rond 1970 gemaakt van gerecycleerd blik. 

Het museum kocht de vormpjes in 2005 van fotograaf Raoul Van Den Boom. Hij verzamelde spullen en speelgoedjes van gerecycleerde materialen.

Daar komt de bruid ...

(AE.2007.0020.0006.1-2)

Dit is Isli. Hij is de bruidegom met het snorretje. Rond zijn borst draagt hij een dolk. Daarmee laat hij zien hoe stoer hij is. Hij gaat trouwen met Tislit. Haar gezicht is verstopt achter een rode doek. Alleen de familie van haar bruidegom mag haar gezicht zien. In haar hoofdband steken een paar takjes. ‘Kijk eens hoe trouw ik je zal zijn’, zegt ze met die takjes. Deze speelgoedpoppen zijn gemaakt door Amazigh kinderen uit het Atlasgebergte in Marokko. Laat jij je poppen wel eens met elkaar trouwen? Welke kleren trek je jouw bruid of bruidegom dan aan? 

De twee poppetjes zijn nog niet zo heel oud: ze zijn gemaakt in 2006. Stad Antwerpen kocht de poppetjes in 2007 van Jean-Pierre Rossie. Jean-Pierre doet onderzoek naar het speelgoed van kinderen in Noord-Afrika. 

Heilig attribuut

(AE.2009.0007.0006.ED)

Een bliksem is ongelooflijk krachtig. Een diamant is onverwoestbaar. Bundel die twee krachten en je krijg dit bijzondere voorwerp: een vajra. ‘Vajra’ betekent bliksemschicht of diamant in het Sanskriet. Die eeuwenoude taal wordt gebruikt voor heilige schriften uit India en Nepal. Een vajra wordt vooral gebruikt in het vajrayana-boeddhisme, een van de drie grote stromingen in het boeddhisme.

Deze vajra werd rond 2005 gemaakt in Nepal of Tibet. Het museum kocht het voorwerp aan in de winkel Nepal Handicrafts met Nepalees handwerk.

19. Papier-maché uit China

(AE.6125)

Papier-maché: dat is lekker knutselen met lijm en papier. Plakkerige handen verzekerd! Deze Chinese pop met haar beschilderde jurk is ermee gemaakt. Meer dan honderd jaar geleden in China. Wie gaf de pop aan het museum? We weten het niet. Wat vaststaat, is dat ze al sinds voor 1940 in de verzameling zit.

Een hoofd vol rook

(AF.01592)

Een pijp roken. Dat zie je vandaag nog maar weinig mensen doen. Vroeger werd er veel pijp gerookt, vooral door mannen. Dit is de ‘kop’ van een pijp. Daarmee bedoelen we het uiteinde van de pijp: het uiteinde waarin je de tabak stopt die dan wordt aangestoken met een lucifer. Hier heeft de kop de vorm van een man met een gespleten puntbaard en een tulband. Wanneer de tabak brandde, leek het alsof er rook uit het hoofd van het hoofdje kwam. 

De kop is gemaakt in 1874 door twee pijpenmakers, de broers Wingender uit Luik. Ze maakten de kop van pijpaarde, dat is een soort klei. De kop kreeg een plek in de museumcollectie rond 1904. 

Herinneringen aan de oorlog

(AF.02035)

Dit kleine vliegtuigje is geen speelgoed. Het is een soort souvenir. Een herinnering aan de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Iemand maakte het vliegtuigje van een restje oorlogsmateriaal in koper. We weten niet wie. Koper werd tijdens de oorlog onder andere gebruikt voor onderdelen van munitie, zoals granaten en kogels. De heer De Wit schonk het in 1939 aan het museum samen met nog andere souvenirs van de Eerste Wereldoorlog. 

Bier drinken met een deksel

(AF.02201)

Vandaag drinken we – jij vast nog niet – bier uit een glas. Maar wist je dat we dat nog niet eens zo lang doen? Een bierkroes of bierpul was vroeger meestal van tin of van aardewerk zoals deze. En wat ook anders was dan vandaag: er zat een deksel op! Op deze beker staat een tekening van het tonspel. Daarbij moet je twaalf munten in een houten bak met gleufjes gooien. Wie de meeste punten haalt, is de winnaar. 

De bierkroes is gemaakt in Europa in de negentiende eeuw. Sinds 1904 zit de kroes in de museumcollectie.

Zwarte Maria

(AF.03383.jpg)

In de Sint Martinusbasiliek van Halle, niet ver van Brussel, staat een bijzondere Maria. Ze is helemaal zwart, en het kindje Jezus ook. Dit is een kleine versie van die grote Zwarte Madonna uit Halle. Het is gemaakt in breekbaar porselein. 

We weten dat het in België is gemaakt aan het einde van de negentiende eeuw. Maar we weten niet door wie. Het beeldje maakt sinds 1904 deel uit van de museumverzameling. 

Waag je kans

(AF.07574.1-2)

Gooi jij altijd zes als je Monopolie of Mens Erger Je Niet speelt? Of heb je minder geluk? Met deze dobbelsteen wordt dobbelen nog spannender. Je moet hem niet gewoon gooien, maar laten draaien als een tol. De oude Grieken en Romeinen gebruikten dit soort dobbelstenen al. 

De dobbelsteen is gemaakt van been of ivoor, ergens tussen 1870 en 1950 in Europa. De toldobbelsteen werd een museumobject in 1953. Het is niet duidelijk wie de dobbelsteen aan het museum gaf.

Tekenen op een schelp

(AS.1983.037.001)

Dit glimmende ding is een schelp. Iemand heeft er een tekening op gemaakt van een Oostendse garnaalvisser. Hij draagt een visnet over zijn schouder. Als je goed kijkt, zie je dat de tekening erin is gekrast. Dat noemen we graveren. Misschien hing de schelp wel thuis bij iemand aan de muur. 

We weten niet precies hoe oud de schelp is, in ieder geval ouder dan honderd jaar. In de jaren 1980 schonk een mevrouw Olbrechts de schelp aan het museum.

Bootje in het klein

(AS.1983.037.015)

In 1894 vond er in Antwerpen een grote tentoonstelling plaats. Landen uit de hele wereld deden mee. Als aandenken aan je bezoek, kon je er een souvenir kopen zoals dit handgemaakte bootje. Het bootje is geknutseld met schelpen. Het schilderijtje op de zeilen is geschilderd met de hand. Zoals dit bootje, was er maar een! Mevrouw Olbrechts schonk het bootje in de jaren 1980 aan het museum.

Potje thee

(AV.1987.004.004)

Een lekker warm theetje smaakt nog beter als je het schenkt uit een mooie theepot. Deze theepot is gemaakt van gebakken klei die is geglazuurd. Dat wil zeggen dat er een beschermend en doorzichtig laagje op is aangebracht. Anders was de theepot niet waterdicht, en dat zou niet echt handig zijn! 

Deze theepot is gemaakt tussen 1750 en 1800. Dankzij de kleur blauw van de versiering weten we dat de pot in Delft is gemaakt. Het Nederlandse stadje stond bekend om aardewerk in die speciale kleur blauw. Daarom noemen we die kleur ook ‘Delfts blauw’. 

Lunchtrommel

(MAS.0013.003)

Stel je voor dat je hier je boterhammen in mee naar school neemt? Dan vallen er vast heel wat monden open in de refter. Deze lunchtrommel is niet van plastic zoals veel brooddozen vandaag, maar van email. Dat is geen e-mail maar een soort metaal. Het is beschilderd met witte en blauwe vlekjes. We denken dat de trommel ergens tussen 1900 en 1960 in Europa is gemaakt, maar meer details hebben we helaas niet. Antwerpenaar Chris Lambrechts schonk de lunchtrommel aan het MAS in 2008, samen met nog vijf andere lunchtrommels.

Wie heb ik aan de lijn?

(MAS.0014.020)

Je zou het misschien niet zeggen, maar dit is een telefoon. Hier valt niks te swipen en je kan er geen foto of een grappige TikTok-video mee maken. Het apparaat rinkelde – dat geluid kon je ook niet kiezen – en dan nam je de hoorn van de haak. Eén uiteinde aan je oor, het andere aan je mond. En dan was het simpel: je kon alleen praten of luisteren. Was je klaar? Dan legde je de hoorn weer op de haak. Deze telefoon is gemaakt door ATEA in Antwerpen. Dat bedrijf bestond al sinds 1892! Ze maakten telefoons en ook verkeerslichten. In 2009 schonk ATEA heel wat telefoons aan het museum. 

Gebedssnoer

(MAS.0154.001)

Allah, de god van de Islam, heeft 99 namen: de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle, de Absolute Heerser, de Heilige, … Dit soort kettingen kan moslims helpen om al die namen te gedenken tijdens het gebed. Zo’n gebedssnoer noemen ze een tasbih

Dit snoer komt helemaal uit Mekka. Die stad is heilig voor moslims en een belangrijk bedevaartsoord. Als je het deksel opheft, dan komt een zoete geur je tegemoet. De ketting ruikt naar rozen. Meryem Aktas, een Antwerpse van Turkse origine, kreeg het snoer van een pelgrim en schonk het in 2011 aan het MAS.

Oesjebti beeldje

(MAS.0025.054)

Stel je voor: je bent een rijke Egyptenaar. Tijdens je leven heb je meerdere dienaren die voor je zorgen. Maar hoe moet dat dan als je dood bent? Wie gaat er voor je wassen en koken in het hiernamaals? Daarvoor hadden de oude Egyptenaren een oplossing: de oesjebti. Deze kleine beeldjes gingen mee in het graf en hielpen de overledene in het Dodenrijk. 

Deze oesjebti is een moderne kopie van een Oud-Egyptisch beeldje. Het is gemaakt van porselein ergens in de vorige eeuw. Misschien werd om dit beeldje te maken een mal gebruikt van een originele oesjebti uit 600 vóór Christus. De tekens op de rol van de figuur kan je vast niet lezen. Het zijn hiërogliefen, dat was het geschrift van de oude Egyptenaren. 

In zijn testament schonk Edouard Vandevelde dit beeldje in 2010 aan het museum.

Geurig kwarteltje

(MAS.0271.009)

Ken jij de geur van wierook? Een beetje zwaar, rokerig en soms ook wat zoet. Wierook heeft vaak de vorm van kleine kooltjes die je aansteekt. Je zou ze dan in deze kwartel kunnen stoppen, want dit is een houder speciaal voor wierook. Het kwarteltje is gemaakt van brons. 

Aan de onderkant staat de naam Kamejo. De Japanse Kamejo Tsumura was een bronsgieter, net zoals haar vader voor haar. Is het echt een werkje van Kamejo of een latere kopie? We zijn niet zeker. Als Kamejo het kwarteltje maakte, dan is het van de achttiende eeuw. Een kopie is wellicht wat jonger: uit de negentiende eeuw. 

Het museum kreeg dit kwarteltje van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde.

Spaarpot met sleutel en munten

(MAS.0272.008.011)

Dit kleine spaarpotje heeft een lange reis gemaakt: het werd gemaakt in China en kwam in België terecht. Op de pot zie je Chinese jongens en meisjes in vrolijke, feestelijke kleren. Zouden ze jarig zijn? Als jij jarig bent, krijg je vast ook wel eens centjes van je ouders, meter of grootouders. Kijk eens door het gleufje bovenaan en je zal zien dat er ook in deze spaarpot nog een paar muntjes zitten: vier oude Belgische munten van 20 cent, twee munten van 2 eurocent en een muntje van 5 eurocent. Voor nieuwe rolschaatsen moet je dus nog even sparen!

Huisnummer 3

(MAS.0272.008.013)

Let onderweg naar huis straks eens op de huisnummers. Je zal zien dat ze allemaal een andere kleur, vorm of grootte hebben. Een blauw bordje met witte cijfers, kleine zwarte cijfers recht op de muur of witte cijfers op een zwarte achtergrond: geen enkel huisnummer is hetzelfde! Dit huisnummer komt uit de verzameling van Jaap Kruithof. Jaap vond het zonde om deze mooie drie weg te gooien. Hij zou willen dat je het huisnummer eens goed bekeek. Teken het cijfer maar na met je vinger in de lucht: begin bovenaan met de mooie strakke lijnen en scherpe hoek. Dan ga je verder naar de perfecte bolling onderaan en je eindigt met die dikke stip op het einde van de krul. Best een bijzondere drie, toch?

Vlaamse hond in Japan

(MAS.0321.009.001)

In 1872 schreef de Engelse schrijfster Marie Louise Ramée – ze noemde zichzelf Ouida – een verhaaltje over de boerenjongen Nello, zijn hond Patrasche en zijn beste vriendinnetje Alois. Het verhaaltje kreeg als titel Een hond van Vlaanderen. Nello is een arme weesjongen en woont in een boerendorp net buiten Antwerpen. Misschien zag je al eens het beeld op het plein voor de Antwerpse kathedraal? Daar liggen Nello en Patrasche te slapen. 

Meer dan honderd jaar later, in 1975, werd er in Japan een tv-serie gemaakt van het verhaal. Flanders no Inu was de titel in het Japans. Nello en z’n vrienden werden er enorm populair. En ze zijn dat vandaag nog altijd! Kijk maar naar dit bordje. Het is ergens rond het jaar 2000 gemaakt. De drie vrienden uit de tv-reeks staan erop afgebeeld. 

Het museum kreeg dit bordje en heel wat andere spullen van Nello en Patrasche van Jan Corteel. Hij had een hele verzameling.

Rasp

(MFA.1957.101.015)

Als je vandaag koorts of pijn hebt, dan krijg je een siroopje of een pilletje. Met een – vieze! – aardbeien- of appelsiensmaak. Je ouders halen dat kant-en-klaar uit een flesje of uit een pakje. Maar wist je dat apothekers lange tijd hun medicijnen helemaal zelf maakten? Daar hadden ze heel wat speciaal gereedschap voor nodig. Zoals deze rasp. 

Deze rasp is van koper en werd gebruikt om ingrediënten voor medicijnen mee te raspen. De rasp werd gebruikt in de Antwerpse apotheek Duwaerts. Die lag van de achttiende eeuw tot het begin van de twintigste eeuw in Kipdorp 24 in Antwerpen. De rasp zelf is nog ouder: misschien zelfs al uit de zeventiende eeuw. Samen met de rest van het interieur van de apotheek werd de rasp in de museumcollectie opgenomen in 1938. 

Vleeskroon

(MFA.1988.070)

Dit is een vleeskroon. Maar je zet hem maar beter niet op je hoofd. Aan de haken van een vleeskroon hing je vroeger bereid of gepekeld vlees. Dan moest je de kroon omhoog hijsen en maakte je hem vast. Zo hing het vlees dan te drogen. Koelkasten bestonden nog niet dus dit was een goede manier om vlees langer te bewaren. Na het drogen kon je het vlees ook nog in de open haard boven het vuur hangen om te roken.

Deze vleeskroon bestaat uit metaal dat zwart geverfd is en we denken dat de kroon gemaakt is in de achttiende of negentiende eeuw in Europa. Vleeskronen verdwenen uit de keukens aan het einde van de negentiende eeuw. Toen kregen huizen meer en meer fornuizen in de keukens en moesten ze niet meer boven de open haard koken. 

Meer over de Wondere Pluim

Verhalen van leerlingen

Kunstenorganisatie De Veerman organiseert samen met ouders en het MAS jaarlijks een schrijfwedstrijd voor leerlingen van de lagere school. De Wondere pluim vertrekt van een eenvoudig, maar krachtig idee: jonge schrijvers blijven later ook schrijven. Het geeft ze de ruimte om hun fantasie de vrije loop te laten, te proberen, opnieuw te beginnen en telkens weer iets van zichzelf te ontdekken.

Meld je aan voor de nieuwsbrief